De klassieke (Zweedse) massage bestaat uit vijf handgrepen: effleureren, petrisseren, frictioneren, vibreren en tapoteren. De massagetechnieken die we gebruiken zijn een combinatie van de Zweedse en Californische massage. Het zijn zachte lichamelijke technieken, waarbij met de bloedbanen mee wordt gemasseerd. Er wordt op de blote huid gemasseerd en om het glijden te vergemakkelijken, gebruik gemaakt van etherische oliën als glijmiddel.
De verschillende massagetechniekenEffleuragesDeze massagetechniek wordt ook strijkingen genoemd. Het zijn lichte, zachtaardige bewegingen. Doel:
Uitvoering: |
|
|
|
|
|
PetrissagesDeze handgrepen worden ook knedingen genoemd. Dit is het kneden van spieren, te vergelijken met het kneden van brooddeeg. Doel:
Uitvoering: |
|
|
|
FrictiesMassagetechnieken bestaande uit cirkelvormige bewegingen. Hierbij worden de dieper liggende weefsels behandeld. Doel: Uitvoering: |
|
|
|
|
|
VibrerenMassage techniek waarbij het betreffende lichaamsdeel losgeschud wordt. Doel: Uitvoering: |
|
|
|
EindeffleurageLichte, zachte strijkingen om de massage af te ronden. Doel: Uitvoering: |
|
| Met deze massagetechnieken heb je al een hele basis om te starten... | |
|
|




